
Teamroosteren
Hoe het Jeroen Bosch Ziekenhuis nachtdiensten heruitvindt
Nachtdiensten die eindigen om vier uur in plaats van om zeven uur ‘s ochtends: het klinkt onconventioneel, maar het Jeroen Bosch Ziekenhuis testte deze aanpak de afgelopen maanden op de Intensive Care. Het zogenoemde ‘chronorooster’ sluit – zo is het idee – beter aan bij de biologische klok van medewerkers, wat op de lange termijn de gezondheidsrisico’s van nachtwerk kan verminderen. Een pilot levert veelbelovende eerste indrukken op‚ vertelt IC-unitmanager Arianne Doorduin-Schmeets. ‘Enkele collega’s geven aan dat het ‘brakke gevoel’ na een dienst minder lijkt.’
Het werken in nachtdiensten brengt aanzienlijke gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo verhoogt langdurig nachtwerk de kans op diabetes mellitus en hart- en vaatziekten. Niet voor niets is het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch al jaren bezig met preventieve maatregelen om de schadelijke gevolgen van nachtdiensten tegen te gaan: van powernaps tot gezonde voeding. Maar aan de roosters zelf was nog nooit gesleuteld, tot nu.
Van theorie naar praktijk
Het idee voor een pilot ontstond toen Henk-Jan Messchendorp van het Nederlands Zorginstituut (NZi) het team vertelde over chronobiologie: de wetenschap die zich richt op de biologische klok van het menselijk lichaam. Arianne: ‘Het idee is dat als je diensten anders inricht en meer afstemt op chronotypes – kortgezegd ochtendmensen versus avondmensen –, je de verstoring van het natuurlijke dag-nachtritme vermindert. Mensen kunnen dan meer in hun natuurlijke slaapvenster slapen. Op de korte termijn helpt dit zorgprofessionals fitter door de nacht te komen; op de lange termijn helpt het gezondheidsklachten voorkomen.’

Hoe werkt het chronorooster?
Het team ging brainstormen en bedacht de naam ‘chronorooster’. In het nieuwe rooster werken zes verpleegkundigen ‘s nachts op de IC, waarvan er één of twee volgens het chronorooster werken. De betreffende ‘chrono-medewerker’ draait de zogenoemde late-late óf vroeg-vroege dienst, afhankelijk van het chronotype. Het chronorooster kent twee kerndiensten:
- Late-late dienst (20.00 – 4.00 uur): voor avondmensen. Om vijf uur liggen ze in bed en slapen ze nog in het ‘diepe venster’ van de nacht.
- Vroeg-vroege dienst (4.00 – 12.00 uur): Voor ochtendmensen die om negen uur naar bed gaan, om drie uur opstaan en fris aan het werk beginnen. Ze zien het licht worden, wat essentieel is voor het dag-nachtritme.
Daarnaast is er een reguliere tussendienst (12.00 – 20.00 uur) die de overgang verzorgt.
Eerste inzichten lijken veelbelovend
De pilot begon in oktober en heeft twee maanden gelopen. Meedraaien in het chronorooster gebeurde op vrijwillige basis; het JBZ mag de werktijden immers niet zomaar veranderen. Van de 56 FTE aan verpleegkundigen op de IC gaven 16 FTE aan mee te willen doen. Medewerkers mochten daarbij zelf aangeven of ze de late-late of de vroeg-vroege dienst wilden. Op basis van de eerste indrukken lijkt het beeld vooralsnog overwegend positief, vertelt Arianne. ‘Wat opvalt: normaal voelen mensen zich na een reeks nachtdiensten nog twee dagen brak; vergelijkbaar met een jetlag na een lange vlucht. Nu geven sommige medewerkers aan dat ze beter slapen na een chronodienst; het ‘brakke gevoel’ lijkt minder, en het terugschakelen naar het normale ritme lijkt makkelijker te gaan.’ ‘Het voorlopige beeld is daarnaast dat de gebruikelijke dip in de nacht, rond vier uur, door enkele collega’s als minder zwaar wordt ervaren. Ook lijkt de instroom van een collega halverwege de nacht door medewerkers gewaardeerd te worden; zij omschrijven dit soms als een ‘frisse wind’. Verder geven sommige medewerkers aan tijdens de chronodiensten minder maag- en darmklachten te ervaren dan tijdens reguliere nachtdiensten.’ Een aantal deelnemers geeft zelfs nu al aan dat zij eigenlijk niet meer terug willen naar het oude rooster, vertelt Arianne. ‘Dat zegt natuurlijk wel iets. Voor de duidelijkheid: dit zijn nog geen officiële resultaten, maar eerste indrukken uit gesprekken met medewerkers. De wetenschappelijke analyse is op dit moment in volle gang.’ IC-verpleegkundige Kaylee van Elderen vertelt: ‘Ik was verrast wat daglicht met je doet. Bij gewone nachtdiensten werk je alleen in het donker; je lichaam gaat dan in een soort slaapstand. Nu begin je bij een vroege vroege dienst in het donker, maar werk je naar het daglicht toe. Dat voelt veel natuurlijker. Het is nog steeds wennen, ook op sociaal vlak, maar ik ben benieuwd hoe dat zich verder ontwikkelt.’
Kanttekeningen
Kanttekeningen zijn er ook, benadrukt Arianne. ‘Zo vraagt het chronorooster om aanpassingen in het sociale leven; wie om vier uur moet beginnen, moet ‘s avonds om acht of negen uur naar bed. Soms moet je dus sociaal inleveren om er lichamelijk beter van te worden. Sowieso is dit niet voor iedereen weggelegd, daarom was deelname aan de pilot vrijwillig. Mensen zitten met kinderopvang, mantelzorg en hobby’s, en dat moet maar net passen natuurlijk.’ Bovendien werkt het niet voor iedereen, merkt Arianne. ‘Een deel van het team draait zonder problemen nachtdiensten en merkt nu misschien weinig verschil. Die mensen laten we gewoon hun reguliere nachtdiensten draaien. Het gaat erom dat je vooral oudere collega’s, of mensen die überhaupt moeite hebben met nachtdiensten, op een vitale manier aan het werk houdt.’ Ten slotte: gaat al dat maatwerk niet ten koste van de teamcohesie, zoals sommigen vrezen? Arianne denkt van niet. ‘We merken juist dat het maatwerk bijdraagt aan de teamcohesie. We gunnen elkaar meer doordat we rekening houden met elkaars voorkeuren en mogelijkheden.’
Vervolg en uitrol
De pilot eindigde in november, maar er komt een vervolgstudie in het voorjaar. Het JBZ hoopt dat meer ziekenhuizen en zorginstellingen – of zelfs andere sectoren – het chronorooster gaan testen. De aandacht voor de pilot – vanuit de media en andere ziekenhuizen – was in elk geval enorm, vertelt Arianne. ‘Dat zegt wel iets over hoe hoog de noodzaak is. Ik hoop in elk geval dat meer zorginstellingen openstaan voor maatregelen om nachtwerk gezonder te maken – waaronder voeding, powernaps en het chronorooster als aanvulling –, zodat er meer kennis komt over gezonder nachtwerk. Want daar heeft uiteindelijk iedereen baat bij.’
